Home
CultureJules
Recent Entries 
20th-Jun-2006 12:55 pm - Hegel (cont.)
Hoe contrasteert Hegel kunst met wetenschap en techniek?
- Het object van techniek blijft altijd maar een middel, en de mens wordt door techniek niet vrij maar blijft bepaald door een aantal fragmentarische behoeften.
- Het object van de wetenschap is de mens, die onderworpen wordt aan een objectiviteit waarin hij de zin van de werkelijkheid niet weerspiegeld ziet en waarin hij geen eenheid of samenhang kan ontdekken.
- In de artistieke verhouding wordt het object om zichzelf gewild of bevestigd. De kunstenaar drukt zichzelf uit in het werk dat hij maakt, hij is zichzelf dus vrij en het object is ook vrij.

Dat betekent niet dat het kunstwerk uit het inwendige afleidbaar is, terwijl dat wel kan als je de uiterlijke eigenschappen van een instrument probeert af te leiden uit zijn functie MAAR De sterk belichaamde betekenis van het kunstwerk is niet helemaal parafraseerbaar en kan dus niet geheel beschreven wroden als de uitdrukking van een vooraf bestaande bedoeling.


Wat is de expressiviteit van het lichaam?
In het lichamelijke zien we niet alleen aanwijzingen van de geest; het is de geest zelf die zich in het lichaam manifesteert, maar het lichaam kan als natuurlijk gegeven niet louter expressie zijn. Er is geen gepriviligeerd imago (als bij een beeld) waaraan je veranderingen doorheen de tijd aan kan relateren. De transformaties worden bepaald door een externe factor, de veroudering van het organisme.
De gedaante van een mens bevat een verwijzing naar zijn verleden en toekomst, het beeld verhoudt zich tot iets wat zelf geen beeld of voorstelling is, dit is mogelijk omdat het substraat (het lichaam) die opeenvolgende gedaanten bevat zonder ze te tonen.

Waarom is het verlangen naar het reeele altijd ontgoochelend?
Het verlangen naar het reeele zal ontgoochelend zijn in de mater dat men ervan verwacht dat ze een voortzetting zal bieden van het interessante of significante dat men al had gezien of leren kennen. In het reele waarnaar men verlangt zal het expressieve nooit volledig zijn en zal er onvermijdelijk een confrontatie zijn met de betekenisloze materie waarin het betekenisvolle is ingebed. Dit hoeft niet teleurstellend te zijn maar is het vaak wel omdat men dacht dat het significante of het expressieve in het reeel zijn voltooiing zou vinden.

Het reeele is in zo' zin ongrijpbaar, het schone wordt bereikt door idealisering en die idealisering gaat gepaard met een 'louter schijn (losgekoppeld van het reeele substraat)'. De idealisering die men zich vanuit de illusie voorstelt als een voltooiing in het reele blijkt de vernietiging van het reeele nodig te hebben.
19th-Jun-2006 11:57 pm - Hegel
Wat is het verschil tussen Hegel en Barthes?
Hegel zegt:"De portraitschilder moet bepaalde details weglaten, hij moet al datgene weglaten waardoor in het imago zich als het ware de expressieloze, anonieme materie opdringt. Wat hier volgens Hegel moet worden weggelaten is duidelijk een aspect van Barthes het punctum noemt. Het detail dat de homogeniteit van een betekenisopbouw doorbreekt en dat juist daardoor een evocatieve kracht lijkt te bezitten; de nadrukkelijke aanwezigheid van de weerbarstige materie, die niet wil samenvallen met enige expressieve functie.

Kunst voert reiniging tot stand door datgene wat in het gewone leven met het contingente is bevlekt te zuiveren van contingentie. In Hegel's opvatting komt het schone juist tot stand doorde weglating van datgene waardoor volgens Barthes het evocatieve tot stand wordt gebracht.

Het punctum is een confrontatie met de exterioriteit; het laat zien dat het imago in zich zijn eigen subversie bevat en juist daardoor het het een evocatieve kracht. Als we denken dat dit denkpatroon algemene geldigheid bezit, dan moeten we de vraag stellen hoe in het klassieke ideaal van schoonheid ook een soort breuk of interne subversie te vinden is.

Is er in het klassieke ideaal van schoonheid ook een breuk te vinden?
Ja, het is vanuit de verbrokkelijking en chaos dat de uiteindelijke eenheid of verzoening moet worden bereikt. De geest realiseert zich in een uitwendigheid die hem eerst vreemd lijkt maar waarin hij uiteindelijk de expressie van zichzelf kan herkennen. Hoewel het kunstwerk reeds in de geest van de kunsternaar aanwezig was vooraleer het in de uitwendige realiteit was gerealiseerd, worden de bedoelingen van de kunstenaar voor hemzelf pas ten volle duidelijk wanneer ze zich in het kunstwerk hebben uitgedrukt. Het uitwendige vindt zijn bestemming als het expressief wordt.
19th-Jun-2006 07:52 pm - Gombrich, Wolheim, cont.
Onstaan van de natuurgetrouwe afbeelding. Hoe?
1. Natuugetrouwheid ontstaat door een proces van trial en error waarbij een reeds bestaande afbeeldingsconventie getransformeerd wordt totdat 'het klikt'. Gombrich beklemtoont dat de streving naar natuurgetrouwheid altijd gerealiseerd wordt op onrechtstreekse manier, de benadering van natuurgetrouwheid gebeurt altijd door het bewerken van een reeds bestaande weergave van de werkelijkheid; er is minstens reeds een minimumbeeld : Making comes before matching.

2. Natuurgetrouwheid werd mogelijk gemaakt toen een zekere schroom of terughoudendheid werd opgegeven.

Waarom was zo'n taboe er en waarom werd het opgegeven?
1. Een gebrek aan realisme vloeide vaak niet voort uit technisch onvermogen maar was het gevolg van restricties waaraan de kunstenaar zich onderwierp, die (volgens Gombrich) voortkwamen uit een vrees dat het beeld te echt zou kunnen worden. Prof: "Deze laatste verklaring is niet overtuigend. De eventueel verwarrende verschuiving van attitutdes naar een symbolisch substituut hebben niets met natuurgetrouwheid te maken".

2. Het verdwijnen van restricties gaat samen met een verandering in verteltrant (homeros): details worden ingelast die de lezer uitnodigen om zich het verhaalde concreet voor de geest te brengen; de auteur gebruikt een verteltrant waarvan een ooggetuige zich zou kunnen bedienen. Dit zou interdaad ingaan tegen bepaalde restricties, want:

a. De realitistische details zijn extern of contingent ten opzichte van de essentie van het verhaalde; ze verstoren de zuiverheid van de opeenvolgende gebeurtenissen.
b. De realistische details zijn zeer makkelijk te vervalsen en aldus komen de fantasie en de fictie binnen.

Waarom is (in deze zin) de iconenkunst dan zo weinig realistisch?
Iconen hebben een nauwe band met de gedachte van beelden die een 'ware' en rechtstreekse weergave van christus zouden bevatten. Die band kunnen ze enkel maar hebben door afstand te houden van natuurgetrouwheid en zo duidelijk te maken dat ze niet concurreren. Het gebrek aan realisme is hier trouw aan de realiteit.

Wat is natuurgetrouwheid?
1. Gombrich beschrijft natuurgetrouwheid soms als illusionisme; alsof het na te streven effect erin zou bestaan dat de toeschouwer heel even de afbeelding ziet als het afgebeelde. Maar deze uitleg kan geen recht kan doen aan de artistieke betekenis van het realisme.
2. Gombrich zegt ook dat realisme in zekere zin relatief is. Dat een afbeelding in een bepaald opzicht realistisch is wil zeggen dat ze eerder op bepaalde vragen een antwoord biedt dan op bepaalde andere. Dit 'antwoord bieden op vragen' kan je op twee verschillende manieren opvatten.
a. Vragen naar informatie. In dit geval kan nog steeds niet uitgelegd worden waarin de artistieke betekenis zou bestaan.
b. Vragen die betrekking hebben op wat wordt uitgebeeld, bv. op welke manier een figuur staat.
3. Het realisme wordt ook in verband gebracht met wat men 'intrusies van het reeele' zou kunnen noemen. Het reëele is dan dat aspect van het uitzich van een persoon dat niet behoort tot de eigenlijke betekenis, tot wat meegedeeld moet worden en als een soort surplus verschijnt: het is de relatie tussen betekenis opbouw en het contingente surplus dat zorgt voor het realistissch effect.
Wat is de oorsprong van de drang om af te beelden volgens Gombrich?
1. De afbeelding functioneert oorspronkelijk als substituut voor het afgebeelde
2. het afbeelden sluit aan bij de drang om zogenaamde 'minimumbeelden' aan te vullen.

Zijn het minimumbeeld en het substituut illusies?
Het minimumbeeld kan door een soort illusie in bepaalde gevallen met het echte worden verward (kijk mama, een ander kindje in het water!)
Het substituut niet, want:
1. Heeft echter soms geen enkele gelijkenis met het gesubstitueerde (haarlok van vriendinnetje).
2. En als er een gelijkenis is dan is ze nog niet de relevante factor voor de waarde van het substituut.
Het substituut werkt als symbool, behoort dus tot het domein van de betekenis en haalt zijn rol niet uit een verwarring of illusie.

Wat is de oorsprong van de naturalistische afbeelding volgens Gombrich?
1. Een geleidelijke transformatie (door trail en error) van minimumbeelden
2. Voor het ontstaan van het naturalisme was het van cruciaal belang dat een bepaalde schroom werd overwonnen, een bepaald taboe overtreden.

Wat is seeing in?
Een speciale vorm van perceptie, uitgelokt door de aanwezigheid van een gedifferentieerd oppervlak. Niet twee ervaringen die zich afwisselen (zoals gombrich denkt). Is een natuurlijke capaciteit en gaat in logische en historrische zin vooraf aan de representatie.Wat betreft representaties is het echter wel onderworpen aan een norm van juistheid, bepaald door de bedoelingen van de kunstenaar. De rol die de bedoeling hier heeft herleidt de visuele voorstelling niet gewoon tot een symbool dat restloos door een linguistische voorstelling te vervangen is. De kunstenaar had de bedoeling om door gebruik te maken van zijn eigen perceptuele kennis van X ervoor te zorgen dat je X ook ziet in het schilderij.

Hieruit blijkt dat:
- het domein van het representeerbare ruimer is dan het domein van het percipieerbare
- dat bv. landkaarten geen picturale representaties want je kan ze niet in-see-en.

Wat zeggen Maurice Blanchot en Wittgenstein over de representatie?
Blanchot: De concentratie waarmee we een object in ons aandachtsveld kunnen isoleren veronderstelt reeds het vermogen om van dat object een beeld te zien, maar het beeld verhoudt zich niet volgens een duidelijk bepaalbare relatie tot het afgebeelde.
Wittgenstein: OOk het demonstratieve denken veronderstelt reeds te taal, het wijzen naar een object of de concentratie op een ervaring doen zelf geen beroep op de tijd maar zijn onmogelijk zonder de taal.

Seeing in veronderstelt een capaciteit tot symboliseren en is met taalvermogen verbonden.

Wat is Gombrich's idee van het beeld als substituut?
Bepaaalde attitudes die op het gesymboliseerde gericht zijn gaan over naar het symbool zelf, hoewel het symbool niet de eigenschappen bezit op grond waarvan die attitudes oorspronkelijk op het gesymbolische zijn gericht (houdt van haarlok van vriendin, ook als het de vriendin die ubercool is en niet het stuk haar).

Vier subcategorieen van symbolische substituten
1. Iconisch karakter, materiele band (foto, zweetdoek van veronica)
2. Niet-iconisch, materiele band (haarlok etc)
3. Iconisch, geen materiele band (iconen)
4. Niet-iconisch karakter, geen materiele band (eigennamen)

Op welke wijze functioneren iconen als symbolische substituten?
We zijn het object van attitudes die in geeigende zin op de voorgestelde heilige figuren zijn gericht, hoewel ze geen band hebben met de afgebeelde heilige hebben ze wel degelijk een relatie met symbolische substituten die wel door een materiele band aan die figuren zijn gekoppeld: denk aan legendes enzo.

Hoe functioneren sommige woorden als symbolisch substituut?
Sommige woorden functioneren als symbolisch substituut; ze zijn geen materiele objecten in de gewone zin maar ze functioneren als symbolisch substituut omdat ze normaal gezien veelvuldig zijn uitgesproken in de nabijheid van de realiteit waarop ze betrekking hebben.

Wat is die materiele band dan?
De materiele band zorgt voor een betekenisvolle voortzetting die niet denkbaar is op puur interne (?) basis. De materiele band maakt een betekenisvolle voortzetting mogelijk, maar garandeert niet dat er een overdracht is van relevante eigenschappen (in iets dat voor jou symbolisch substituut van persoon X is, vind je niet ndzk iets van de eigenschappen op grond waarvan X voor jou speciaal significant is).
19th-Jun-2006 02:46 pm - Kunst & Contingentie, deel I
Wat is volgens Levi-Strauss de esthetische emotie?
Het resultaat van de integreatie van structuur en het geheel van contingentie gebeurtenissen.
De momentopname, de weerbarstigheid van het materiaal, de bestemming tot een functie kunnen gezien worden als vormen van contingentie omdat ze in zekere zin uitwendig zijn aan al datgene wat men over de diepere zin van het esthetische zou kunnen zeggen.

Wat is de rol van contingentie in primitieve culturen?
Contingentie is uitwendigheid; uitwendig ten opzichte van wat als interne betekenissamenhang wordt opgevat. Maar tegelijkertijd is het niet louter uitwendig: het heeft ten opzichte van het studium een uitdagende, subversieve, deconstructieve rol.
In traditionele culturen worden onderscheidingen uit de sociale wereld vaak weerspiegeld in de seizoenen, het weer, etc. Het lijkt dan of de menselijke wereld op gecompliceerde en veelvuldige manieren weerspiegeld wordt in de externe werkelijkheid. Men zou kunnen zeggen dat op die manier de uitwendigheid van de niet-menselijke realiteit bezworen wordt. Niet omdat hier conclusies uit zouden leiden maar omdat het de samenhang van betekenissen zelf is die zin geeft aan het leven.

Hoe is de treffende coincidentie voor ons een model voor het begrjipen van de rol van het vormelijke in de kunst?
19th-Jun-2006 01:23 pm - fil. v/d kunst les 1
Waarom blijft het zoeken naar kennis van kunst secundair?
Het verlangen naar die kennis wordt gewekt door iets dat zelf niet in kennis om te zetten is, nl. de evocatieve kracht van het kunstwerk.

Wat zegt Wittgenstein over taal en kunst?
Het verstaan van taal is vergelijkbaar met het verstaan van muziek. Er is een band tussen taalvermogen en de ontvankelijkheid voor een zekere aansprekingskracht (die bv. maakt dat je muziek als muziek hoort). De band die evocatieve taal heeft met het onuitgesprokene is nauw verwant met de band die alle taaluitingen hebben met wat nog niet gezegd is.

Wat is sterk belichaamde betekenis?
Een betekenis is sterk belichaamd wanneer ze zich niet gemakkelijk laat loskoppelen van het medium waarin ze is veruitwendigd en dus wordt gekenmerkt door een late graad van vertaalbaarheid. Het gedicht is evocatief en wat het te betekenen heeft is ten nauwste verbonden met specifieke woorden in een specifieke volgorde en laat zich dus niet zonder verlies of wijziging vertalen. Een kunstwerk dat sterk aanspreekt roept iets anders op maar trekt ook de aandacht op zijn eigen unieke concreetheid. Dit betekent ook dat artistieke betekenissen gekoppeld zijn aan een bepaalde zintuigelijkheid, de betekenis kan niet losgekoppeld worden van het visuele of auditieve.

Is kunst dan zintuigelijk genot?
Nee,
1. het kunstwerk treft ons als een betekenisvol geheel, als significantie realiteit die de aandacht op zich trekt (en dus niet gericht op aangename zintuigelijke ervaringen)
2. Kunst is niet noodzakelijk aan een welbepaalde zintuigelijkheid gebonden (de ervaring van literaire zeggenskracht gaat niet via een welbepaald zintuig)

Waarom kunnen tastzin, geur en smaak geen centrale artistieke rol vervullen?
1. Bepaalde onderscheidingen die voor ons erg significant zijn kunnen we niet maken met behulp van deze zintuigen.
2. Het is niet (goed) mogelijk geuren, smaken of tactiele indrukken verbeeldend voor de geest te brengen. Anders gezegd; die zintuigelijke indrukken laten zich niet gemakkelijk in representaties omzetten en zijn dus niet geschikt voor symbolisatie.

Wel
- kunnen die smaak en geur een rol vervullen in het oproepen van herinneringen omdat ze in de gewone omgang met de werkelijkheid tot de periferie van het bewustzijn behoren en daardoor niet opgenomen worden in de voortdurende verwerking waaraan onze herinneringen onderworpen zijn; en daardoor kan een smaak- of geurindruk ons als het ware rechtsstreeks met het voorbije in contact brengen..
- heeft het tactiele een sexuele betekenis. Het is onmogelijk om met de tastzin datgene te identificeren wat een individue significant of aantrekkelijk maakt. De tastzin kan het significante niet onderscheiden, raakt in die zin aan het anonieme of het onpersoonlijke en is, paradoxaal genoeg, juist daardoor intiem.
18th-Jun-2006 06:55 pm - fil van de kunst
(laatste les)
Fictie

Hoe komt het dat fictie ons boeit?
Het fictieve kan ons boeien alsof het waar is.
- We leven mee met de personages, die emoties lijken reeel te zijn
- We zijn benieuwd naar de afloop

De werking van fictie hangt samen met inkadering waarin de fictie werkt, er is een bepaalde context nodig om het te doen werken.
vb. Dagdroom, we beelden ons iets in wat niet waar is en waarvan we genieten, soms ter compensatie van wat niet gebeurd is. De fantasie is een alsof, maar het genot is geen alsof. Wellicht geldt dit ook voor de gewone droom?
vb. het bijgeloof waarin we zelf niet geloven (dat toch een lichte greep heeft).
Als ik bv. een gunstige afloop voor de geest heb, gaat dat zeker niet goed aflopen.
'als ik dit groen licht haal, haal ik mijn examen ook'
vb. het spel. het doel is een kunstmatig doel, doel is alsof maar de werkzaamheid om te winnen is van een echte intensiteit.

Derrida (over nietzsche en het nazisme): Je kan niet precies bepalen waar de overtuiging van de filosoof stopt, de grens is onduidelijk. Elke overtuiging is een beetje een fictie, elke overtuiging is gebaseeerd op dat men niet ver genoeg kan denken. Wankel onderscheid tussen 'ik meen het' en 'ik doe alsof'.

Is fictie zelfbedrog?
is een onbevredigend idee. Fictie is niet noodzakelijk kunst maar het kan wel kunst zijn.
Artistiek fenomeen is niet zelfbedrog.
Een spel is geen zelfbedrog maar meer een vorm van verstrooiing
Zelfbedrog is een verminderd, verengt bewustzijn waarbij men liever niet weet, waarbij men zich iets gunt waarvan men weet dat het niet klopt.

Wat van artistieke fictie?
Fictie is geconstituteerd, er is iets nodig om het in gang te krijgen. We kunnen interesse niet rechtvaardigen.
Artistieke fictie zal het geconstituteerde van fictie op de voorgrond werken door het vormelijke.
Het vormelijke is de band met de exterioriteit. Het vormelijke herinnert ons voortduren aan de inkadering waarin de betekenis zich in stand houdt in relatie tot de uitwendigheid. (= de context die fictie nodig heeft?)

Het narratieve wordt alsmaar onderbroken. Elk literair procede is een sorot tegenstem in het narratieve, een verhaal wordt omgebogen door vormelijke elementen (bv. versmaat).
Derrida: de aanduiding van het genre kan zelf onderwerp/deel zijn van het literaire werk.
Waardoor je het kunstmatige van het narratieve ervaart MAAR
dit werkt intensifierend!

Andere benadering
Fictie ligt in het verlengde van iets wat we al doen, nl. spreken over mensen die we reduceren tot een bepaalde rol.
cf. nabokov "heb ik haar gered van de fictie?" Een persoon is iets anders dan een figuur om iets over te vertellen.
18th-Jun-2006 06:13 pm(no subject)
Kan die verhouding tot het contingente dan lukken?
Ja, er kan zoiets zijn als een geslaagde of treffende coincidentie: Een toevallige samenloop van omstandigheden.
Een bepaald toeval kan worden weerspiegeld door een toeval van hetzelfde type.
Bv. erachter komen dat je je huidige partner als klein kind al eens ontmoet hebt.
Elke persoonlijke relatie is het gevolg van oneindig veel toevalligheden, maar eens dat die er is krijgt ze iets vanzelfsprekends. Ongeveer alles wat in ons leven belangrijk is, is vanuit statistisch standpunt onwaarschijnlijk. Evenals het feit dat we bestaan.

4 Opmerkingen over vorm en inhoud in poezie
1. Vorm in poezie = georganiseerde contingentie, punctum = ongeorganiseerde contingentie
2. In het poetische zijn er typisch formele elementen die we kunnen bestuderen zonder dit onderscheid (welk onderscheid?)te betrekken. Formele aspecten buiten het poetische zijn wel aanwezig maar storend, onbedoeld rijmen is een beetje vervelend. De formele elementen zorgen voor een intensifierend effect, verzen die geen interessante inhoud hebben kunnen toch heel treffend zijn. Het vormelijke is heel intensifierend, kan van een trivialiteit iets ontroerends maken.
3. In een geslaagd gedicht zijn vorm en inhoud een. De concrete vorm is nooit afleidbaar aan de inhoud van het gedicht = spanningsrelatie.
4. Vorm lijkt iets te doorbreken, lijkt een soort afsluiting (afbakening?) te vormen.

Waarom is het vormelijke ook storend?
Storend, want doet denken aan de materialiteit van de taal, waarin de taal haar eigen gang gaat. Er zit in de taal iets dat verder gaat. Herhaling is poetisch maar te veel herhaling doet de betekenis zinloos klinken, dan is er enkel materie over: zinloos geruis; de uitwendigheid van het spreken.

Wat is het verband tussen denken en uitwendigheid?
Het denken heef de mogelijkheid je te confronteren met zaken die zo uitwendig zijn dat je het gevoel hebt in het zinloze te komen. cf. de Aleph van Borges. In die verwarring kan je niet leven. kunst is de geslaagde verhouding tot die verwarring.
18th-Jun-2006 05:25 pm - Fil. van de Kunst, cont.
Levi-Strauss
Drie loci van contingentie in dek unst.

Wat is het probleem van contingentie in de filosofie?
Contingentie is niet goed te definieren, het is toevallig maar niet heel nauwkeurig te bepalen, is context-gebonden.
Als een gebeurtenis heel weinig te maken heeft met iemands leven is het toeval
"Zijn dood was niet zijn leven"
Toevallig is wat niet in een bepaalde opbouw zit. contingentie wordt interessant op het moment dat het uitdaagt.
Ons uiterlijk kan toevallig zijn voor onszelf, maar "waarom zie ik eruit zoals ik eruit zie' is niet beantwoordbaar omdat eender welk uiterlijk deze vraag op zou roepen"

Hoe is het probleem van het kwaad een probleem van de contingentie?
Waarom gebeuren er slechte dingen? Lijkt op geen enkele manier te passen, is een uitwendig element dat vernietigend optreedt. Als iemand plots sterft is er een onbedwingbare neiging die dood als op een of andere manier aangekondigd te zien.
Theodice = een poging alles wat erg is in de wereld te rechtvaardigigen vanuit het goede waarvoor dat erge nodig is.
Leibnitz ' Er is een mogelijke wereld die de beste is maar in de mogelijke combinaties krijg je altijd ergere delen.
Er is dus een neiging om de rol van het contingente af te leiden uit het betekenisvolle en het zo uit te schakelen.
Misschien is kunst een betere respons om een verhouding tot het contingente mogelijk te maken.
H: De noodwendigheid verbergt zich achter de schijn van een niet bedoelde toevalligheid.

Wat zegt Hegel over het contingente in de kunst? De idealisering moet flatteren, storende elementen moeten weggelaten worden, zijn manifestaties van het niet-expressieve. Kunst is de drang om het punctum weg te laten. Schoonheid = het geidealiseerde, kunst en schoonheid hangen nauw samen, het punctum weglaten is kunst.

Hoe kan Hegels idee van kunst dan ook evocatief zijn?
cf. Phaenomenologie des Geistes.
Fil. van de kunst hoort bij de absolute geest (kunst, godsdienst, filosofie)
Hegel heeft interesse voor het toevallige en chaotische met het doel om daar bovenuit te stijgen. De geest moet zijn weg vinden in de werkelijkheid totdat het de werkelijkheid ziet als expressie.

Wat is de context van Hegel's idee over kunst?
- Vervreemding van de mens t.o.v. de natuur die door de wetenschap wordt geobjectiveerd. Heeft geen 'zin', is manipuleerbaar.
- De mens die als individu vrij wordt maar nu, losgemaakt, tegenover de gemeenschap staat ipv er in. Hij vindt zichzelf niet terug.
Hegel wil het individu behouden maar wel terug in het gemeenschapsleven plaatsen, de vervreemding van zichzelf komt door de wetenschappelijke objectivering en is niet goed.

Wat is Hegel's metafysisch systeem hiervoor?
(WTF?)
1e model. Organisatorische groei (metafoor), hier zijn discontinuiteiten in.
"De waarheid van het zaad is de bloesem"
2e model. Model van de logsiche of conceptuele samenhang
3e model. Model v/d zelfrealisatie door zelfexpressie

De kunstenaar heeft een bedoeling die wich pas in het kunstwerk realiseert. Als dit lukt wordt de bedoeling reeel door zich uit te drukken. Er komt dus niets bij. Alle werkelijkheid is gericht op en is in weze uitdrukking v/d geest.


Is Hegels ambitie om alles te zien als uiting van de geest begrijpelijk?
Het is wel iets wat vaker terugkomt.
Simon Vestdijk verwijt de zon te schijnen op de dag van zijn persoonlijk drama, het is ambitieus om te verwachten dat heel de wereld mee doet in uw persoonlijk drama.
Nabokov: "Mijn liefde is zo oneindig dat ze verbintenissen zoekt met de uitersten van het universum omdat ik niet verdragen kan dat ze beperkt zou blijven"

Wat is bij Hegel het statuut van de kunstenaar dan?
De uitwendigheid wordt getransformeerd in technische beheersting (minder volmaakt dan in de kunst want het reduceert het obejct tot middel en affirmeert ze niet als object). Technisch beheerste realiteit is geen doel op zich. In de wtse verhouding onderwerpt de mens zich aan een objectiviteit die hem vreemd is = een soort onvrijheid. maar de kunstenaar vindt zich in dat object terug.

Wat is het belang van het menselijk lichaam dan?
Het expressieve wordt gedeeltelijk al gerealiseerd in de natuur. Het menselijk lichaam is het meest expressief. In de expressie van het lichaam toont de geest zichzelf. Wittgenstein: Pijngedrag is geen effect van de pijn maar een expressie van de pijn. De pijn toont zich. Het geidealiseerde lichaam is een gedachte dit in het verlengde is van wat het lichaam al is (= expressie van het innerlijke).

Wat is interessant aan het menselijk lichaam in het kader van de tijd?
Standbeelden die door de tijd veranderd zijn voegen iets nieuws toe aan dat beeld maar dat is onbedoeld. Oude grieken zagen dat niet maar wij hebben die gevoeligheid en die vind je in de kunst terug.
De menselijke verschijning heeft een geschiedenis zoals het artistiek beeld er geen heeft. De mens heeft geen gepriviligeerd beeld zoals een standbeeld, hoe ziet een mens er echt uit?
We identificeren mensen met het imago dat ze nu hebben, er is geen gepriviligeerd imago.
Een kind is geen menselijk wezen in de gedaante van een kind, verschijning is geen masker.

Wat is de band tussen imago en substraat in het lichaam?
Er is geen interne transformatie van het beeld. ouder worden is geen interne transformatie maar een materiele ontwikkeling.
1. Imago is dus nauw verbonden met substraat.
2. Elkaar vastpakken is niet een imago vastpakken maar het substraat
3. Een kind benaderen als kind is je bewustzijn van de toekomst van dat kind.
Je ziet het zoals het nu is maar dat doet je denken aan wat je niet ziet. Het kind bevindt zich reeds in een realiteit die veel verder gaat dan waar het nu in wit. Substraat is dus een recipient van de verschillende imago's die er zullen zijn. Dat is alleen maar mogelijk als ze heel nauw verbonden zijn.
Het is die intieme band die door het artistiek beeld verbroken wordt. De breuk is een element van schoonheid.

Het uitwendige moet beantwoorden aan het inwendige.

H: Het menselijk subject heeft een onrust die leidt tot expressie
Is interessant omdat ons beeld van lichamelijke schoonheid geassocieerd is met onrust.
Onrust doet willen uiten tegen anderen.
Prof: We richten ons op de ander omdat we iets willen geven wat we onszelf niet kunnen geven.
Ik zie mezelf niet zoals ik gehoord wordt, ik hoor mezelf niet zoals ik gehoord wordt.
Ontbreekt in de Hegeliaanse wereld, het feit dat we een betekenis hebben die in zekere zin uitwendig moet blijven.

self-consciousness = je geremd voelen omdat je je bekeken voelt. Ik kan die verhouding tot het uitwendige standpunt nu niet aan, ik voel me ongemakkelijk en dat verlamt me. Er gewoon niet aan denken is niet mogelijk en het is ook niet wenselijk om constant in spontane naiviteit te zijn.
18th-Jun-2006 12:45 am(no subject)
Levinson
De gedachte dat de meest problematische schoonheid de vrije schoonheid is, schoonheid van iets niet bepaalds. Bestaat wellicht niet. Schoonheid staat altijd in relatie tot iets anders en heeft daardoor betekenis.

Wat is de band tussen schoonheid en verlangen?
Bij Hegel vervult het geidealiseerde lichaam een centrale rol.
Dit gedeeltelijk vanwege zijn bewondering voor de griekse kunst: de lichamelijk uitgebeelde god/godin/held.
Levinson: Dit houdt op een of andere manier verband met het verlangen.
Het schone in het algemeen = transformaties van het lichamelijk schone = transformatie van ons lichamelijk verlangen. De schoonheid roept iets op wat niet in het verlengde ligt van de schoonheid.

Waarom is het verlangen naar het bezitten van schoonheid een illusie?
Schoonheid wordt niet in bezit genomen en zelfs in zekere zin verloren. De perceptie tijdens sex door aanraking van de ander is bewust maar ligt niet in het verlengde van de visuele perceptie. In welke zin niet?
- Is geen perceptie van iets wat als mooi wordt ervaren
- Is niet distinctief genoeg om het lichaam visueel te distingeren.
(cf. substitute bedmate motief)
In het sexuele wordt het verlies van het visuele wel als verwijdering ervaren.
cf. Punctum. Roept iets op waardoor het buiten het imago valt, waardoor het imago niet het imago meer is.
Voyeurisme: zit verregaand in de illusie dat schoonheid niet verloren gaat, het verlangen naar materiele aanwezigheid.

cf. Proust over cathedraal die hij gezien had en nu bezoekt :"Het was meer, maar ook minder: Het beeld is niet meer ideaal maar overgeleverd aan zijn eigen materialiteit.
cf. Nietzsche over zijn zeilboot. "Het zicht van het zeilschip is stil en betoverend en mss ligt daar mijn geluk, maar op het schip zelf is het lawaaierig etc. Het is door de afstand dat er betovering is; tegelijk ontgoocheling en verlangen naar het reëele.

Het verlangen naar een contact met het reeele is een illusie; de illusie is dat het contact met het reeele een vervollediging is van diezelfde dimensie als de betovering. Maar het is niet hetzelfde niveau. Deze illusie kan komisch of droevig eindigen,
vb. Nabokov die intieme verbondenheid voelt met de verkeerde persoon in donkere kamer
vb. seawife, hij was aan haar aan het denken en ze passert hem tegelijkertijd en hij heeft haar niet gezien.
Verlangen is onbereikbaarheid; als ik het gevonden heb herken ik niet eens dat ik gevonden heb wat ik zocht.


Wat is Hegel's visie van Het Schone vs. het reëele?
Hegel: Het reëele is bevlekt door contingentie, het schone is gereinigd van contingentie. Het schone is het het schijnen van het object als iets wat door de geest is voortgebracht. En wat gemaakt is, is voor de geest een beetje oninteressant.
Een oude ruïne = interessant
Een perfect nagemaakte oude ruïnie = niet zo interessant
Het schone is voor ons het gemaakte. We zijn er ons van bewust dat het substraat niet telt
Het poëtische = het vernietigd worden van de materialiteit.
"Daardoor krijgt het kunstwerk iets ironisch, zelfs spottend"
Het lokt ons verlangen een beetje uit, schijn komt alleen zonder materialiteit.
Het verlangen neemt geen genoegen met schijn, met het visuele (sex, eten)
De geest die het schone zoekt, zoekt niet het materiele maar enkel zintuigelijke aanwezigheid; het materiele wordt onbelangrijk
Het schone = het begerenswaardige, maar wat wil je dan? Het volledig schone
Wat is dat? Datgene wat met de natuur niets meer te maken heeft.
Maar begeerte staat stil wanneer de band met de natuur verbroken wordt, op het moment dat de perfectie bereikt wordt is er niets meer te bereiken.

In welke zin speelt er een verwijdering tussen het schone en het reele?
De reëele aanwezigheid brengt niet het unieke naar voren maar het verwisselbare.
H: Die beweging wordt opgeroepen maar leidt niet naar een vervulling, het loskoppelen van de realiteit roept een soort onvervulbaarheid op. "Sex wordt destructief wanneer de verwijdering wordt nagestreefd als doel op zich". Hegel definieert schoonheid als loskoppeling van de materialiteit. Geidealiseerde schoonheid betekent dat het materiele substraat vervalt; schoonheid heeft dus iets te maken met verlies.
This page was loaded Dec 6th 2009, 11:12 pm GMT.